home » historie » buitendorpen » Een » Een - geschiedenis

Een - geschiedenis

 

Geschiedenis

Het dorp Een ligt in Noord-west Drenthe, vlak bij het punt waar de provincies Drenthe, Groningen en Friesland aan elkaar grenzen. Er wonen, samen met het buurtschap Een-West, ruim 900 mensen.

 

Hoe oud is Een?

Een wordt voor het eerst genoemd in een akte die ergens tussen 1330 en 1335 is opgesteld. Maar de smalle zandrug tussen het Eener of Grote Diep en de veengebieden waarin nu Haulerwijk en Zevenhuizen liggen wordt al veel langer bewoond. Dat blijkt uit de archeologische vondsten in de directe omgeving van Een. In 1898 en 1940 zijn bij ontginningswerkzaamheden vuurstenen bijlen gevonden vlak ten westen van het huidige dorp. De bijlen zijn gemaakt door een volk dat wij kennen als de hunebedbouwers, wat wil zeggen dat ze meer dan 5000 jaar oud zijn. Bij de bouw van de voormalige openbare basisschool in de jaren 50 (ODBS De Lindehof) werden sporen gevonden van een boerderij uit de vroege ijzertijd, circa 700 jaar voor Christus.

 

Bisschop van Utrecht

Als Een in de geschreven geschiedenis verschijnt is het een zogenaamd leengoed van de bisschop van Utrecht, die in die tijd de heerser was in Drenthe. Leengoederen werden tegen een vergoeding door de bisschop in leen gegeven aan invloedrijke personen uit de omgeving en werden beheerd door boeren die horig waren aan de bisschop. Dat laatste wil zeggen dat ze minder rechten hadden dan de eigen geërfde grondbezitters. Een wordt dan nog aangeduid als Eden, wat vermoedelijk brandturf betekent. Rond 1380 worden vijf boerderijen in Een met name genoemd. Het dorp is in de eeuwen daarna maar langzaam gegroeid. Rond 1450 telt het zeven erven of boerderijen, in 1630 elf en bij de komst van het kadaster rond 1830 zijn er zestien erven of boerderijen.


Schansen

Hoewel Een in de geschiedenis geen bijzondere plaats inneemt, doet de omgeving dat wel. Het grote en ontoegankelijke heide – en veengebied speelt een belangrijke rol in de tachtigjarige oorlog. Want dwars door dat gebied loopt de enige route ten noorden van Steenwijk waarlangs over land contact mogelijk is tussen Friesland en Groningen. De stad Groningen is in de 16e eeuw op de hand van de Spanjaarden.
Friesland legt daarom op Drents grondgebied een schans aan om de route te controleren. Dat is de schans die we nu kennen als de Zwartendijksterschans.  (Elders op deze site is daar meer informatie over te vinden).

Even verderop aan de andere kant van het dorp Een legt de stad Groningen ook een schansje aan. De resten daarvan liggen nu onder het huidige sportveld. De schans droeg de naam Schans Portugal. Ook nog in 1672 speelt de schans een rol in de krijgsverrichtingen van toen.

Een heeft ongetwijfeld zwaar geleden in die jaren. Zo is bekend dat Verdugo – de Spaanse stadhouder van Groningen – bij zijn terugtocht in 1592 alle boerderijen op de route in brand liet steken en verwoesten. Ook Een is toen vast niet aan dat lot ontsnapt. In die tijd is het grote veengebied ten westen van Een nog onontgonnen. Het wordt gebruikt als weidegebied voor de schaapskuddes van de boeren van Een. Wel is het dan veel kleiner dan in de late Middeleeuwen.

Ruzie Drenten & Groningers

Het bestuur van Drenthe heeft rond 1740 een gebied verkocht aan Friese verveners. In dat deel is daarna het dorp Haulerwijk ontstaan. Aan de noordkant van het gebied zijn de heren van de burcht Nienoord in Leek dan ook al heel lang bezig om steeds stukjes van het grondbezit van de Boermarke (het gezamenlijke bezit van de boeren in Een) af te knabbelen. Dat leidt herhaaldelijk tot ruzie tussen de inwoners van Een en het bestuur van Drenthe aan de ene kant en de heer van Nienoord en het bestuur van Groningen aan de andere kant. Soms, zoals in 1793, loopt het zo hoog op dat beide partijen er soldaten op af sturen, die elkaar in dat jaar maar net mislopen. Herhaaldelijk wordt daarbij over en weer boekweit en op het veld staande turf vernield.

De ruzies lopen ook zo hoog op omdat het veen- en heidegebied voor de boeren van Een nodig is om een schaapskuddes in leven te houden. En dat was zeer nodig om de akkers op de essen van voldoende mest te voorzien. De komst van de kunstmest verandert dat laatste echter en daardoor kunnen grote delen van de heide worden ontgonnen. Het gemeenschappelijke bezit wordt in 1866 gesplitst en in de jaren daarna, tot aan ongeveer 1940 wordt de woeste grond ten westen van Een ontgonnen en in gebruik genomen als landbouwgrond.


Kapper van Een

De uitbreiding van de landbouwgrond en de toenemende welvaart maakt ook dat het dorp wordt uitgebreid. Eerst met nog veel verspreide ontginningswoningen, na 1945 door geconcentreerde woningbouw in het zuidelijke deel van het dorp. Daar ligt nu ook de bebouwde kom. En daar woonde ook de beroemdste inwoner van Een. Kapper Van Royen, die in de jaren veertig een landelijke, zelfs internationale beroemdheid was door zijn haargoeimiddel. Van heinde en ver, zelfs uit andere werelddelen, kwamen mensen naar Een voor een behandeling. Uiteindelijk bleek het een charmante bedrieger die met de noorderzon vertrok. Maar de Kapper van Een was vele decennia een begrip in heel Nederland.


Scholen

Er is in Een ook korte tijd een boterfabriekje en er komen de nodige winkels en bedrijfjes, zoals smederijen. Ook ontstaan scholen. In 1832 is op de kaart al een kleine school te zien, die rond 1860 wordt gevolgd door een grotere openbare lagere school, die nu als rijksmonument nog altijd aan de Brink in Middenboer staat. Middenboer of Middenbuurt is het middelste deel van het langgerekte dorp waaruit Een oorspronkelijk bestond. In het zuiden het Zuideinde (waar nu de dorpskern ligt) en in het noorden het Noordeinde. In 1915 komt er ook een protestants-christelijke lagere school, gebouwd aan de Schoolweg in het Zuideinde. Inmiddels zijn beide gebouwen vervangen door een nieuwer exemplaar.
Dat het dorp zo’n langgerekte vorm heeft, komt door de smalle zandrug waarop het dorp ligt. Er was domweg geen ruimte voor akkers rondom het dorp, zoals elders vaak het geval is.

                                                                                Klassenfoto uit 1920 van O.L.S. Een


foto dateert uit 1975

Boerendorp

Een is echter wel een boerendorp gebleven, zoals tientallen anderen op het Drentse zandplateau. Nog altijd slingert het dorp zich over die smalle zandrug. Een toont zich misschien niet als een traditioneel Drents boerendorp: de boerderijen rond de brinken, essen, veld en groenlanden rondom. Toch is het dat wel, en – wie goed kijkt – ziet al die elementen terug. En meer dan dat: het landschap is nog betrekkelijk gaaf gebleven. Natuurlijk heeft de opschaling van het boerenbedrijf diepe sporen in het ooit zo kleinschalige landschap getrokken en is de groen/gele rogge op de essen grotendeels vervangen door de altijd groene mais. Maar de kenmerkende elementen van wat zo mooi de dorpsinventaris wordt genoemd zijn nog goed te zien: de brinken, de hooi- en madelanden, de bouwlanden en het veld en veen, als is dat laatste dan goeddeels ontgonnen. En nog altijd zijn er actieve boerderijen in de dorpskom te vinden. In veel andere Drentse zanddorpen zijn die vrijwel verdwenen. In Een zijn ze er nog, met de bijbehorende activiteiten in voorjaar en oogstseizoen.

In dat boerendorp wonen veel mensen die hun brood elders verdienen. Forensen naar Assen, Groningen of Roden bijvoorbeeld. Zij voelen zich volwaardig Eener, en velen dragen op hun manier bij aan het in stand houden van datgene wat een dorp tot een dorp maakt: een actieve en betrokken samenleving. Via kerk, school, dorpshuis en vereniging houden de Eeners met elkaar hun samenleving in stand.


Bij de totstandkoming van deze bladzijde hebben we gebruik kunnen maken van de gegevens uit de website  http://www.eencity.nl

Bron foto’s: boek Van Eden tot Heden