home » historie » buitendorpen » Langelo

Langelo

 

 

Langelo is een dorp in de gemeente Noordenveld, in de Nederlandse provincie Drenthe. Het is een van de kleinste brinkdorpen van Drenthe. Het dorp telde in 2019 225 inwoners. Tot 1998 maakte Langelo deel uit van de gemeente Norg. Het dorp wordt doorsneden door de drukke weg van Norg naar Roden. (Wikipedia)

 

Langelo als toponiem (betekenis en ouderdom)

 

Zo’n 65 jaar geleden wist meester Sjouke van der Veen zijn leerlingen uit Langelo al te vertellen dat ‘Langelo’ zoiets betekende als ‘langgerekte open plek in het bos’. Hoe hij aan die wijsheid kwam werden we niet gewaar en ook niet hoe die open plek in het bos was ontstaan.

Meerdere historisch-geografische studies van de afgelopen decennia wijzen uit dat die open plekken in het bos wel degelijk hebben bestaan. Zij vormden in de tijd gezien een fase in de het gebruik van het landschap door de toen levende mens om zich te verzekeren van onderdak en voedsel.

Bij de verklaring van de naam ‘Langelo’ ontleden we deze in twee delen, en wel ‘lange’en ‘lo’. Lo wordt ook wel geschreven met twee o’s, maar dit doet aan de betekenis verder niets af.  Lo is eigenlijk het zelfstandig naamwoord en Lange zou normaal gesproken het bijvoeglijk naamwoord zijn.

We beginnen met de betekenis van ‘lo’. Hierbij moeten we ons realiseren dat het dorp Langelo  niet altijd op de huidige plek heeft gelegen. Afgezien van rondtrekkende jagers en verzamelaars, zo’n 7000 jaar gelden, die hun sporen hebben achtergelaten aan de randen van het Oostervoortse- en Grote diep, kan worden gesteld dat de mensen die daarna kwamen zich op enig moment een bestaan opbouwden met het bedrijven van landbouw. Archeologische vondsten in en rond Langelo geven aan dat er zeker vanaf ca. 2000 jaar v. Chr. ook dichter bij het dorp al menselijke activiteit was. Dit geldt dan met name voor de oostkant van het dorp, waar later de esgronden lagen.

Zo is tussen het dorp en het Elgtveen een hamerbijl gevonden, die is te dateren op ca. 2000 v. Chr. en enkele ijzerslakken bij het Elgtveen, te dateren op ca. 500 v. Chr. en twee grafurnen bij het ’Witlaand’ uit de late bronstijd en het begin van de ijzertijd (ca. 800 v. Chr.).

 

 

Onderzoeken bij andere dorpen in Drenthe wijzen uit dat de eerste boeren in onze streken kozen voor een vestigingsplek, die het mogelijk maakte om de bodem met niet al te veel inspanning geschikt te maken voor landbouw. Die bodem bestond dan meestal uit dekzandgronden en keileem, en soms ook potklei. Al deze bodemtypen vinden we op de Langeloer es terug. Afhankelijk van het bodemtype werden op de keileemgronden meestal zwaardere bossen aangetroffen en op de dekzandgronden de lichtere bossen. Met name de laatste, waren het meest geschikt om te ontginnen tot akkerland. Dit proces werd ongeveer vanaf circa 4050 v. Chr.  in gang gezet. Eerst waren het de mensen van de Swifterbandcultuur en vervolgens die van de Trechterbekercultuur, de laatste beter bekend als de hunebedbouwers. Of dit proces voor Langelo ook toen al is ingezet, is moeilijk te zeggen. Daarvoor hebben we te weinig archeologische aanwijzingen. Maar we kunnen er gevoeglijk van uitgaan dat er ook bij Langelo al ver voor het begin van de jaartelling aan de oostkant van het huidige dorp landbouw bedreven werd, waarbij de boerderijen onderdeel vormden van de ontginning. Deze vorm wordt ook wel bosakkeren genoemd. Daarbij moet worden bedacht dat de boerderijen slechts 20 tot 30 jaar meegingen en herbouw in de directe omgeving plaatsvond. De plek van de oude boerderij werd dan eveneens in gebruik genomen als akkerland. Door het openleggen van het bos komt er meer licht op de bodem, waardoor vegetatie met grassen en struiken voor het vee bosbeweiding mogelijk maakt. Het op gezette tijden verplaatsen van de boerderijen leidde er toe dat het oorspronkelijke loofbos een steeds opener karakter kreeg.

 

 

Een dergelijk bos wordt ‘loo’ genoemd en is vermoedelijk van Saksische oorsprong. De naam Looakkers op de es van Langelo is een rechtstreekse verwijzing naar loobos (akkers in of bij het bos).

Loo stamt al uit de vroege middeleeuwen en is ontstaan uit het Germaanse ‘lauha’(bos), dat zich via ‘lohe’ en ‘loe’ tot ‘lo’ ontwikkelt. De woordfamilie waartoe loo behoort is die van het Latijnse ‘lucus’(open plek), dat is afgeleid van ‘lucere’(doen oplichten).

Frappant is, dat aan de oostkant van de es in de omgeving van het Schillenveen een veldnaam bestaat met de naam  ‘Bosch met de erve’. Dit doet in eerste instantie raadselachtig aan, maar het zou zo maar een verwijzing kunnen zijn naar een plek waar in het oude loobos een boerderij heeft gestaan. Zie bijgaande kaartjes.

 

 

Dan zou meester van der Veen dus toch gelijk hebben gehad!? Maar we zijn er nog niet.

We komen nu bij de vraag of het eerste deel van Langelo,  ‘Lange’ echt slaat op een lange open plek in dat bos, of een langgerekt open bos, of dat er ook andere verklaringen mogelijk zijn.

De meeste historisch geografen gaan er vanuit dat in het begin van de vroege middeleeuwen

( ca. 450 – 800 na Chr. ) de’ loodorpen’ (met namen eindigend op loo) zijn ontstaan op de plek waar ze thans nog liggen. Voor dit ontstaan zijn twee redeneringen mogelijk. We weten uit de geschiedenisboekjes dat in dezelfde periode in Europa grote volksverhuizingen plaatsvonden. Het kan dus zijn dat Saksische stammen uit het oosten hier verlaten gebieden aantroffen en hebben besloten om zich hier te vestigen. Een andere mogelijkheid is, dat de mensen die nog woonden in het inmiddels wel ‘uitgewoonde’ loobos op zoek gingen naar een plek waar de natuurlijke omgeving beter kon worden benut. En die plek werd voor veel loodorpen gevonden langs de rand van het oude loobos. Dit bood aan de ene kant nog steeds enigszins de beschutting van het bos en anderzijds kon men nu ook de weidemogelijkheden in het stroomdal van de diepjes beter benutten. Dat zou betekenen dat er sprake is van een min of meer continue bewoning in het territorium van de marke Langelo. Deze theorie wordt onder andere aangehangen door Spek, die Langelo daarbij in zijn studie als voorbeeld noemt.

En dan nu naar een afronding. Uitgaande van de hiervoor beschreven nieuwe vestigingsplek lijkt het ook heel aannemelijk dat de naam Langelo een ontwikkeling is van ‘langs het loo’, naar Langsloo en uiteindelijk Langelo. Helaas moeten we vaststellen dat we nooit zullen achterhalen wat de oorspronkelijke bedenkers van de naam ooit precies hebben bedoeld. Wel kunnen we stellen dat de naam Langelo zo’n twaalf tot vijftienhonderd jaar oud is. In middeleeuwse geschriften en later ook op kaarten, komt nog een verscheidenheid aan schrijfwijzen voor.

 

Wilt u reageren naar aanleiding van dit artikel? Graag een reactie naar arijks27@kpnmail.nl 

 

Geraadpleegde literatuur:

- Smit, Timmer, Wieringa, de historische geografie van Langelo, 1977/1978

- Spek, Het Drentse esdorpen landschap, 2004