home » historie » Prehistorie » jager wordt boer


Na het verblijf van de Neanderthaler mens zou het duizenden jaren duren voor zich opnieuw mensen in onze streken zouden vertonen. Vanaf het Laat-Paleolithicum (vanaf circa 12.700 v. Chr.) toen het klimaat warmer werd, vinden we ook rond Norg sporen van wat we de nu de ‘moderne’ mens noemen. Zij verbleven het liefst in de beekdalen of op de hoger gelegen gronden in de nabijheid daarvan en hielden zich in leven met jagen (rendier, eland), vissen en het verzamelen van bessen en noten. Deze mensen, ook wel bekend als rendierjagers, opereerden als groep en verbleven op een bepaalde plek, tot ze door gebrek aan voedsel of door weersinvloeden van de wisselende seizoenen, gedwongen waren verder te trekken. Van jagende nomaden zijn deze mensen echter geleidelijk aan boer geworden , waarmee ook een vast verblijf op dezelfde plek meer en meer gestalte begon te krijgen. Vuurstenen werktuigen en aardewerkpotten zeggen iets over de periode waarin ergens mensen zijn geweest. De archeologie heeft aan de hand van de gevonden voorwerpen en de vindplaatsen een stratificatie van culturen onderscheiden. Zo kennen we de bijvoorbeeld de ‘klokbekercultuur’ en de’ Zijener’ cultuur, zo genoemd omdat daar voor het eerst een spectaculaire vondst van een bepaald gebruiksvoorwerp is gedaan. Als onderzoek heeft aangetoond dat we te maken hebben met een tijdelijke of vaste woonplek, wordt dat in archeologische termen een ‘nederzetting’ genoemd. In deze nederzetting treffen we geen huizen aan, men woonde in tenten of in holen. Vaak zien we dat in een later stadium nieuwe groepen dezelfde plek uitkiezen om te verblijven. Kennelijk is de natuurlijke omgeving, vaak een verhoging aan de rand van het beekdal, zodanig opvallend, dat het logisch is om je hier opnieuw te vestigen. Dergelijke plekken komen we ook rond Norg tegen: in de Roeghoorn op de flanken van het Oostervoortse diep, op het Noordseveld tussen Norg en Donderen, een bos vol grafheuvels bij Zuidvelde, de vuursteendepots bij Een, de veenweg door de Slokkert, enz. In het navolgende gaan we afzonderlijk in op deze bijzondere vindplaatsen, die te samen toen wellicht al in zekere zin de structuur van Norg en haar buitendorpen hebben doen ontstaan.


Een Laat-Neolithische weg door het beekdal van de Slokkert (2300-2200 v. Chr.)

Bij de werkzaamheden ten behoeve van hermeandering van de Slokkert in 2013 stuitten archeologen op restanten van een prehistorische veenweg. Dit is een door mensen gemaakte constructie in moerassig gebied om een verbinding te maken tussen hoger gelegen delen in het moeras, of zoals in dit geval een beekdal. Zo’n weg bestaat uit een bovendek van dwars op de loop- of rijrichting geplaatste boomstammetjes met daaronder een pakket van takken.

Aangezien de ondergrond bestaat uit veen, werd de constructie in de regel met verticale palen verankerd, zodanig dat het bovendek nog kom meebewegen met stijging of daling van het water. Afhankelijk van de breedte van de weg werd deze gebruikt voor voetverkeer en (hand-)karren. De in de Slokkert gebruikte houtsoort voor de aanleg van het wegdek was in hoofdzaak els, afkomstig van het nabijgelegen elzen broekbos in ‘het Brul’. Dankzij het veen (broekveen) en de hoge gemiddelde waterstand zijn de boomstammetjes bewaard gebleven. Boven de top van de weg lag nog ongeveer 0.8 m veen en eronder ca. 0,4 m.

Aan de hand van 14C (koolstof)-onderzoek kon de datering van de veenweg worden bepaald op 2300-2200 v.Chr. (late steentijd). Daarmee wordt de aanleg van de brug toegeschreven aan mensen van de Klokbekercultuur. Deze cultuur ontleent haar naam aan de vorm van het aardewerk wat door dit volk werd gebruikt. De flauwe S-vorm doet denken aan een omgekeerde (kerk)klok. Hiermee wordt de veenweg in de Slokkert aangemerkt als één van de oudste in ons land.

 

klokbeker

Wat betreft de functie van de veenweg komen de archeologen tot de conclusie dat deze is gebruikt als verbinding tussen prehistorische nederzettingen aan beide zijden van het beekdal. Het dal is ter plaatse vrij smal en kent aan beide kanten hoger gelegen gronden. Aan de oostzijde wordt gedacht aan nederzettingen rond Westervelde en Zuidvelde, aan de westkant van het dal denkt men aan nederzettingen in de buurt van Een. Analyses aan de hand van eerdere archeologische vondsten in dit gebied geven een beeld dat in deze omgeving al heel lang bewoning is geweest, mogelijk zelfs permanent.

 


Op 13 september 2017 werd bij de Veenhuizerbrug over de Slokkert  een informatiepaneel onthuld

 

 


 

Bronnen:
Roden-Norg, een archeologische kartering, inventarisatie en waardering, B. Huiskes 1986.
Nieuwe Drentse Volksalmanak 2015, p. 125 e.v.
Jaar van de bodem 2015, bijdrage RAAP (web)
Wikipedia