home » typisch Norg » St. Margareta kerk » restauratie

restauratie

Het half-pneumatisch orgel draagt het opschrift: "Geschenk van Marchien Martens te Zuidvelde, ter nagedachtenis van wijlen haar broeders Egbert en Enghert Martens. Ingewijd door Ds. R. Beunk 4 october 1896". Boven het koor heeft eertijds een opschrift gestaan. Ds. Beunk komt na veel speuren tot de slotsom dat er, vertaald, stond te lezen: "Kom heilige geest, van God en Jezus, onzen Heer. Geest der waarheid, roept allen." (N.D.V. 1906) Naar oud gebruik wordt bij overlijden van een volwassene de klok des morgens om 9 uur driemaal geluid. Bij een kind tweemaal. Wegens bouwvalligheid van kerk en toren werd de kerk in 1969 opnieuw gerestaureerd. Voor deze kosten werd een beroep op de bevolking van Norg gedaan. Binnen 6 weken tijds was er een bedrag van f 130.000,- bij elkaar. Dit was aanmerkelijk meer dan het bedrag van f 90.000,- dat zelf betaald moest worden. Op 16 december 1971 kon de eerste kerkdienst weer worden gehouden. Bij het archeologisch onderzoek tijdens de restauratie kwamen enkele bijzonderheden aan het licht, die uitvoerig zijn beschreven in de N.D.V. 1974. Volgens dit onderzoek moet de kerk reeds twee voorgangers hebben gehad. Het bestaande éénschepige gebouw stond niet toe vast te stellen of de beide voorgangers één- of meerschepig, in het bijzonder drieschepig, zijn geweest. De mogelijkheid dat zij inderdaad drieschepig waren, mag niet worden uitgesloten.

De sluitsteen in het koor, waarop thans nog vaag de tekening van een vogel valt te onderscheiden, droeg toen een tekst, die zou hebben bestaan uit het volgende: "+ Veni Sancte Spiritus. Diq DoN+ SVVO". De drie eerste woorden: "Kom Heilige Geest", zijn duidelijk, de rest kan uit afkortingen hebben bestaan, maar ook fout zijn gelezen. Het kerspel bezat een archiefkist, die wel in de kerk heeft gestaan. Uit een acte blijkt dat er een Sacramentenhuisje is geweest (een met beeldhouwwerk versierd kastje, meestal van een rijke bekroning voorzien, waarin gewijde hostiën werden bewaard). Tevens bezat zij oudtijds een altaar, gewijd aan de twee Heiligen: Sint Nicelaas en Sint Maarten. Aan dit altaar was een Vicarie verbonden, welker inkomsten genoten werden door de Vicaris, die het altaar als Kapelaan van de Pastoor bediende. De Vicaris was verplicht de dienst waar te nemen in de onder het Kerspel Norg ressorterende Kapel van Veenhuizen. De collatie (recht van ambtbegeving) van deze Vicarie behoorde (in 1567 en later) tot de eigenerfde familie Lunsche, later Lunsingh. In dat jaar werd de Priester Jan Falke, afkomstig uit Ruinen, door de toenmalige collatrix Henderika Knasse, weduwe van Jaochim Lunsingh aangesteld als Vicaris van Norg. Over dit collatierecht ontstond verschil tussen de familie Lunsingh en andere erfgezetenen te Norg. Wij weten dat de vicariegoederen te Langelo gelegen waren en dat de boerderij, thans bewoond door fam. Jager nog als "de Vicarie" bekend staat. De Gedeputeerde Johan Lunsche heeft veel gedaan om de kerkhervorming in Drenthe ingang te doen vinden..